Vogels in je tuin zijn niet alleen een plezier om naar te kijken en te luisteren. Het zijn ook natuurlijke bondgenoten in de strijd tegen schadelijke insecten. Als jouw tuin vogels veiligheid, voedsel en een plek om te broeden biedt, zullen ze er graag komen wonen. Lees hier hoe een vogelvriendelijke tuin eruit ziet.
Weinig tegels, veel groen
Betegelde terrassen hebben vogels niets te bieden. Een gazon en planten daarentegen leveren voedsel op in de vorm van wormen, insecten en bessen. Voor paden is grind of boomschors aantrekkelijker dan tegels vanuit vogeloogpunt. ‘Maak het groen’ geldt ook voor muren en schuttingen. Wanneer je deze ongastvrije elementen laat begroeien met klimplanten doe je allerlei soorten vogels een groot plezier. Goede klimplanten zijn bijvoorbeeld clematis, hop, klimop en winterjasmijn. En een haagafscheiding maakt je tuin direct veel aantrekkelijker voor vogels dan een muur of schutting.
Planten die vogels lokken

Struiken, bomen en andere planten kunnen om verschillende redenen interessant zijn voor vogels. Vanwege de bessen en vruchten bijvoorbeeld, of de insecten die op deze planten leven. Behalve voedsel bieden planten ook veiligheid. Vogels die in struiken nestelen geven vaak de voorkeur aan stekelige soorten, die bescherming bieden tegen vijanden als katten en roofvogels.
Een lijstje van planten voor een vogelvriendelijke tuin:
Kruiden: brandnetel, grote kaardenbol, koninginnenkruid, boerenwormkruid, duizendblad, engelwortel.
Bloeiende planten: gewone klimop, hop, wilde wingerd, vingerhoedskruid, boerenwormkruid, wilde marjolein, grote kaardenbol, gewone pastinaak, veldsalie, guldenroede, wilde ridderspoor, look-zonder-look.
Hagen: braam, wilde lijsterbes, gelderse roos, wilde kardinaalsmuts, hulst, meidoorn, vlier, rode koernoelje, zwarte els, gewone klimop.
Bomen en struiken: meidoorn, sleedoorn, kers, hazelaar, hondsroos, rode kornoelje, zomereik, wintereik, gelderse roos, vlier , lijsterbes, liguster, schietwilg.
Niveauverschillen
Vogels willen overal bescherming kunnen zoeken tegen roofvogels en andere bedreigingen. Dat vinden ze in een tuin waar er overgangen zijn van lage naar hogere beplanting en van struiken naar bomen. Door de borders zo op te bouwen dat er variatie is in hoogte geef je vogels meer mogelijkheden om te schuilen en naar voedsel te zoeken. Variatie in de soorten beplanting trekt ook meer insecten aan, die weer een maaltje vormen voor de vogels. Lees ook Verhoogde tuinborders maken.
Wees niet te netjes

Hoopjes bladafval en afgesnoeide takken zijn favoriete plekjes voor vogels om te scharrelen en nestmateriaal te zoeken. Ruim niet alles meteen op, maar laat wat liggen voor de vogels.
Vogels voederen

Voederen is vooral belangrijk wanneer het vriest of sneeuwt. In de winter hebben vogels veel extra energie nodig om hun lichaamstemperatuur op peil te houden. Voorzie ze in de koude maanden van vetrijke producten, zoals vetbollen, pindaslingers, pindakaas of halve kokosnoten. Maar je kunt het hele jaar door wat voedselhulp geven aan je tuinvogels.
In de lente zijn ze druk met het bouwen van hun nest en zoeken ze voedsel voor de jongen. Voor de ouders zelf moet het voedsel nu meer kalk en eiwit bevatten, bijvoorbeeld meelwormen of fijngestampte eierschalen. In de zomermaanden gaan vogels zelf op zoek naar de wormen en insecten die ze nodig hebben. Help ze door boeiende planten in je tuin planten die insecten lokken. In de herfst zoeken vogels naar een voedselplek voor de winter. Door ze nu te voederen, laat je ze weten dat ze in de winter in jouw tuin terecht kunnen. Het hele jaar door kun je de vogels in je tuin trakteren op speciaal vogelvoer, kruimels of fruit, maar vermijd producten waarin zout is verwerkt. En zorg altijd voor drinkwater. Een platte schaal is voor vogels perfect om te drinken en een bad te nemen.

Nestkastjes ophangen

Nestkasten zijn te koop in alle soorten en maten en met een beetje handigheid en eenvoudig gereedschap kun je ze zelf maken. Welke vogelsoorten in je nestkastjes gaan broeden is afhankelijk van de vorm en vooral van de invliegopening. Elke soort heeft zijn eigen woonwensen, en in een nestkastje voor een ringmus (met een opening van 40 mm) zul je nooit een pimpelmees (die de voorkeur geeft aan 28 mm) vinden.
Een nestkast zal niet gebruikt worden als hij niet op de juiste plaats hangt. Kies een rustige en veilige plek uit, minstens twee meter hoog, zodat katten er niet makkelijk bij kunnen. Verder moet de nestkast niet in de felle zon hangen en de wind moet er niet pal op staan. Omdat in onze streken de wind vaak uit het zuidwesten komt, is een noordoostelijke richting het beste.
Nestkastjes kun je het hele jaar door laten hangen in je tuin. Sommige vogels brengen er graag de winter in door. Wil je ze toch weghalen voor de winter, wacht dan tot in september, en hang ze, schoongemaakt, terug vanaf begin februari.
Wat je kunt doen tegen katten

Vooral in het broedseizoen vallen vogels vaak ten prooi aan katten. Om buurtkatten uit je tuin te houden, kun je het volgende doen:
- Span één of meer waslijnen 10 tot 30 cm boven je schuttingen. Katten kunnen er niet over lopen en er moeilijk overheen klimmen.
- Plant stekelige meidoorn of vuurdoorn op plaatsen waar katten je tuin binnenkomen.
- Verspreid stekelig snoeisel tussen de planten of plant dichtgroeiende bodembedekkers.
- Plaats een kraag van afstaand gaas om de stam van bomen met nesten.
Heb je zelf een kat, doe hem dan een kattenbelletje om. Katten die gesteriliseerd of gecastreerd zijn, zullen minder behoefte hebben om op jacht te gaan.